meerwaardebelasting-aangifte.be

Meerwaardebelasting bij een erfenis of schenking: de aankoopwaarde gaat mee

Effecten of crypto erven of krijgen is geen verkoop: er is dan geen meerwaardebelasting. Verkoop je ze later, dan reken je met de aankoopwaarde van de erflater of de schenker. Bij een overlijden komt er geen nieuwe, hogere aankoopwaarde.

Erven of krijgen
Geen verkoop, dus geen meerwaardebelasting.
Latere verkoop
Met de aankoopwaarde van de erflater of schenker.
Stukken van vóór 2026
De waarde op 31 december 2025 geldt ook voor jou.
Wie betaalt
Jij, als verkoper, met je eigen vrijstelling.
Bij een erfenis gaat de aankoopwaarde mee X koopt in 2026 een portefeuille voor 20.000 euro. Bij zijn overlijden in 2030 is die 30.000 euro waard, maar de erfgenaam krijgt geen nieuwe aankoopwaarde. Verkoopt de erfgenaam in 2035 voor 35.000 euro, dan is zijn meerwaarde 15.000 euro. 2030: X overlijdt, de erfgenaam krijgt de portefeuille Geen verkoop, de aankoopwaarde blijft €20.000 €20.000 aankoop in 2026 €30.000 overlijden in 2030 €35.000 verkoop in 2035 Meerwaarde: €35.000 − €20.000 = €15.000
Het voorbeeld uit circulaire 2026/C/74, nr. 127. Er is geen nieuwe aankoopwaarde bij het overlijden: de erfgenaam rekent vanaf €20.000, niet vanaf €30.000.

Geen verkoop bij een erfenis of schenking

Alleen een overdracht tegen een prijs is belastbaar. Een schenking, een erfenis of een legaat is dat niet (circulaire 2026/C/74, nr. 83). Een schenking met een last, waarbij je er iets tegenover stelt, kan wel als overdracht tegen een prijs gelden.

De aankoopwaarde gaat mee, ook bij een overlijden

Verkoop je geërfde of geschonken stukken, dan is je aankoopwaarde die van de persoon van wie je ze kreeg (art. 102 §1 WIB 92; circulaire 2026/C/74, nrs. 126-127). De waarde op de dag van de erfenis of de schenking speelt geen rol. Het voorbeeld van de circulaire, in de figuur: X koopt in 2026 een portefeuille voor €20.000 en overlijdt in 2030, als die €30.000 waard is. De erfgenaam verkoopt in 2035 voor €35.000. Zijn meerwaarde is €15.000, niet €5.000.

Een schenking in 2026

Een ouder koopt op 1 februari 2026 1.000 stuks van een ETF aan €20 en schenkt ze op 1 juni aan zijn kind, als ze €25.000 waard zijn. Voor de ouder is dat geen verkoop. Het kind verkoopt op 1 oktober aan €28.

Verkoop door het kind: 1.000 × €28€28.000
Aankoopwaarde van de ouder: 1.000 × €20− €20.000
Meerwaarde van het kind€8.000
Belasting, binnen de vrijstelling van het kind€0

Het kind gebruikt zijn eigen vrijstelling. De waarde van €25.000 op de dag van de schenking telt niet.

Geërfde of geschonken stukken van vóór 2026

Had de erflater of schenker de stukken al vóór 2026, dan geldt de waarde op 31 december 2025 ook voor jou (art. 102 §4 WIB 92). Een voorbeeld: een grootouder kocht in 2015 aan €40, de slotkoers op 31 december 2025 was €70, en in 2026 schonk hij de stukken. Het kleinkind verkoopt nog in 2026 1.000 stuks aan €75.

Aankoop door de grootouder in 2015: 1.000 × €40Telt niet: de koers op 31-12-2025 vervangt die prijs.€40.000
Waarde op 31-12-2025: 1.000 × €70€70.000
Verkoop door het kleinkind: 1.000 × €75€75.000
Meerwaarde€5.000

Lag de aankoopprijs van de schenker of erflater hoger dan de koers op 31 december 2025, dan kun je bij een verkoop tot en met 2030 zijn gemiddelde aankoopprijs gebruiken, als je die kunt aantonen (art. 102 §4 WIB 92). Zie de historische aankoopwaarde.

Vruchtgebruik en blote eigendom

Bij een erfenis kan de ene het vruchtgebruik krijgen en de andere de blote eigendom, bijvoorbeeld de langstlevende partner en de kinderen. Belastbaar is de eigenaar of de blote eigenaar, nooit de vruchtgebruiker. Verkoopt een vruchtgebruiker alleen zijn vruchtgebruik, dan is dat niet belastbaar. En als het vruchtgebruik bij een overlijden eindigt, is dat geen verkoop (art. 92 §3 WIB 92; circulaire 2026/C/74, nrs. 12-14).

Een nalatenschap verdelen

Treden de erfgenamen binnen drie jaar na het overlijden uit onverdeeldheid, dan is die verdeling vrijgesteld. De oorspronkelijke aankoopwaarde blijft gelden (art. 96/2 WIB 92; circulaire 2026/C/74, nrs. 111-114). Hetzelfde geldt na een echtscheiding of het einde van een samenwoning: zie gehuwden en samenwonenden.

Gekregen crypto en airdrops

Kreeg je crypto van iemand, dan geldt zijn aankoopwaarde, net als bij effecten. Een airdrop is iets anders: daar is geen schenker met een aankoopwaarde. De aankoopwaarde is nul, dus de hele verkoopprijs is meerwaarde (circulaire 2026/C/74, nr. 128).

Let op. De circulaire noemt enkele constructies die als misbruik kunnen gelden, zoals een schenking aan iemand in het buitenland die de effecten verkoopt en de opbrengst terugschenkt (nrs. 205-210).

In de tool

Komen geërfde of geschonken stukken binnen op je rekening, dan kent de tool hun aankoop niet en vraagt hij waar ze vandaan kwamen. Had de erflater of schenker ze al vóór 2026, kies dan dat het stukken van vóór 2026 zijn en vul de koers van 31 december 2025 in. Kocht hij ze in 2026, vul dan zijn aankoopdatum en zijn prijs in. Zo rekent de tool met zijn aankoopwaarde.

Wat je bewaart

Zonder bewezen aankoopwaarde telt de volledige verkoopprijs als meerwaarde (art. 102 §1 WIB 92). Meer bij de bewijsstukken.

Vragen over erfenis en schenking

Betaal ik meerwaardebelasting als ik effecten erf?

Nee. Erven is geen verkoop. Pas als je de stukken later verkoopt, reken je de meerwaarde uit, met de aankoopwaarde van de erflater.

Wiens vrijstelling telt: die van de schenker of de mijne?

De jouwe. Jij verkoopt, dus jij bent belastingplichtig, met je eigen vrijstelling.

Mijn vader kocht zijn aandelen in 1998. Welke aankoopwaarde neem ik?

Voor stukken die hij vóór 2026 had, de waarde op 31 december 2025. Zijn echte aankoopprijs gebruik je alleen als die hoger was en je hem kunt aantonen, bij een verkoop tot en met 2030.

Ik kreeg crypto van mijn broer. Is dat een airdrop?

Nee. Bij een schenking neem je de aankoopwaarde van je broer over. Een airdrop heeft aankoopwaarde nul.

Geërfde of geschonken stukken meerekenen. Met de aankoopwaarde van de schenker of erflater, en je eigen vrijstelling.

Bestanden kiezen

Verder lezen

Bronnen

  • Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (BS 21 april 2026): art. 92 §3, 96/2, 102 §1 en §4 WIB 92.
  • Circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026, nrs. 12-14, 83, 111-114, 126-128, 149 en 205-210.

Stand van de regels: 5 november 2026.

Bijgewerkt op 6 november 2026