Historische aankoopwaarde bij de meerwaardebelasting
Kocht je vóór 2026 duurder dan de koers op 31 december 2025? Dan mag je bij een verkoop tot en met 31 december 2030 je historische aankoopwaarde gebruiken in plaats van het fotomoment. Dat kan je meerwaarde tot nul herleiden. Een verlies maakt het nooit.
Wanneer de historische aankoopwaarde helpt
Normaal is de waarde op 31 december 2025 je aankoopwaarde voor alles wat je vóór 2026 had. Dat is het fotomoment. Lag je echte aankoopprijs hoger, dan zou je belasting betalen op een herstel van een verlies dat je eerder leed. Daarom laat de wet een uitzondering toe (art. 102 §4, 4de lid WIB 92):
- alleen voor activa die je vóór 1 januari 2026 verkreeg;
- alleen bij een verkoop tot en met 31 december 2030;
- alleen op jouw verzoek, in je aangifte, en je bewijst de prijs zelf;
- het resultaat is hoogstens nul: de regel kan geen minderwaarde scheppen (circulaire 2026/C/74, nr. 167).
Het voorbeeld van de fiscus: aandelen gekocht bij de beursgang in 2013 aan €14,50, slotkoers op 31-12-2025 €5, verkocht op 7 december 2029 aan €13,50. Zonder verzoek is €8,50 per aandeel belastbaar. Met verzoek is er geen meerwaarde en geen minderwaarde. Dezelfde verkoop op 7 december 2031 geeft €8,50 meerwaarde (nr. 167).
Gemiddelde aankoopwaarde in plaats van FIFO
Doe je het verzoek, dan gebruik je niet de prijs van één aankoop maar het gewogen gemiddelde van de stukken die je op 31 december 2025 nog had. Alleen die stukken tellen. Het overzicht van je bank of broker mag als bewijs dienen (nr. 168).
Een voorbeeld uit de circulaire (nr. 176). Op één rekening kocht je 10 stuks aan €100 in januari 2024, 20 stuks aan €150 in juni 2024 en 70 stuks aan €240 in februari 2025. Slotkoers op 31-12-2025: €200.
| Gemiddelde aankoopwaarde: (€1.000 + €3.000 + €16.800) / 100 | €208 |
| Fotomoment op 31-12-2025 | €200 |
| Januari 2030: verkoop van 25 stuks aan €210, zonder verzoek25 × (€210 − €200) | €250 |
| Dezelfde verkoop met verzoek25 × (€210 − €208) | €50 |
| December 2029: 50 stuks aan €190Een verlies reken je altijd vanaf het fotomoment: 50 × (€190 − €200). | − €500 |
Een minderwaarde op stukken van vóór 2026 reken je altijd tegenover de waarde op 31 december 2025, ook als je historisch duurder kocht (art. 102 §5, 3de lid WIB 92).
De vier situaties uit de circulaire
De circulaire vat het samen in een tabel (nr. 176). Verkoop a valt in 2030, verkoop b in 2033, na het einde van de overgangsregel.
| Situatie | Verkoop in 2030 | Verkoop in 2033 |
|---|---|---|
| Verkoopprijs €1.000waarde 31-12-2025 €500 echte aankoop €600 | meerwaarde €400 | meerwaarde €500 |
| Verkoopprijs €1.000waarde 31-12-2025 €500 echte aankoop €1.100 | geen meer- of minderwaarde | meerwaarde €500 |
| Verkoopprijs €1.600waarde 31-12-2025 €2.000 echte aankoop €1.000 | minderwaarde €400 | minderwaarde €400 |
| Verkoopprijs €1.500waarde 31-12-2025 €2.000 echte aankoop €1.750 | minderwaarde €500 | minderwaarde €500 |
Belgische bank: de historische waarde vraag je zelf terug
Een Belgische bank of broker die 10% inhoudt, rekent altijd met de waarde op 31 december 2025. Met een hogere historische prijs houdt ze geen rekening (circulaire 2026/C/94, punt 3.1). Wil je die voordeliger berekening, dan geef je de verkoop aan en vraag je de te veel ingehouden belasting terug. Zie meerwaardebelasting terugvragen.
Nog niet uitgeklaard. De circulaire zegt niet of je het gemiddelde per rekening of over al je rekeningen samen berekent. Ook niet welke stukken overblijven als je vóór 2026 al gedeeltelijk verkocht: de FIFO-rest of het gemiddelde van je broker. De tool rekent per rekening en laat je de gemiddelde prijs nakijken. En de wet zegt "tot 31 december 2030", de circulaire "tot en met". Verkoop je op 31 december 2030 zelf, vraag dan advies.
Wat je bewaart
- Je aankoopnota's of borderellen van vóór 2026, of het overzicht van je gemiddelde aankoopprijs dat je bank of broker maakte.
- Je positieoverzicht op 31-12-2025.
- Bij overgeboekte effecten: het bericht van de overboeking en de oorspronkelijke aankoopbewijzen.
- Bij geërfde of geschonken stukken: het bewijs van de aankoopprijs van de erflater of schenker. Zie erfenis en schenking.
Vraag je via je aangifte belasting terug, dan moet je de aanschaffingswaarde tot 31 december 2025 ter beschikking houden van de fiscus (art. 178/3 KB/WIB 92).
Vragen over de historische aankoopwaarde
Moet ik het verzoek voor al mijn verkopen doen?
De wet laat het verzoek toe voor de overdrachten, zonder te zeggen dat het voor allemaal moet. Omdat het verzoek nooit nadelig is, past de tool het per verkoop toe als het je meerwaarde verlaagt en je de prijs kunt bewijzen. Dat is onze lezing; een officiële bevestiging is er niet.
Geldt de regel ook voor crypto?
Ja. De overgangsregel geldt voor alle financiële activa die je vóór 2026 verkreeg, ook crypto. Als bewijs gebruik je de exports van je beurs.
Ik heb geen aankoopbewijs meer. Wat nu?
Dan reken je met het fotomoment. Dat is altijd toegelaten zolang je kunt aantonen dat je het actief vóór 2026 al had (circulaire 2026/C/74, nr. 149).
Kan ik zo een verlies maken dat ik aftrek?
Nee. De historische aankoopwaarde herleidt een meerwaarde hoogstens tot nul. Een minderwaarde reken je altijd tegenover de waarde op 31 december 2025.
De tool rekent beide uit en toont per verkoop hoeveel minder belastbaar is met je historische prijs.
Bestanden kiezenVerder lezen
Bronnen
- Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (BS 21 april 2026): art. 102 §4, 4de lid, en §5, 3de lid WIB 92.
- Circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026, nrs. 149 en 167-176.
- Circulaire 2026/C/94 van 20 oktober 2026 (roerende voorheffing), punt 3.1.
- KB/WIB 92, art. 178/3 (bewijsstukken bij terugvraag).
Stand van de regels: 5 november 2026.
Bijgewerkt op 6 november 2026