meerwaardebelasting-aangifte.be

Meerwaardebelasting op ETF's: accumulerend, distribuerend en de Reynderstaks

Verkoop je stukken van een ETF, dan valt de winst sinds 31 december 2025 onder de meerwaardebelasting van 10%. Dat geldt voor accumulerende en distribuerende ETF's. Valt een fonds met obligaties onder de Reynderstaks, dan gaat dat deel eerst van je meerwaarde af.

Accumulerend en distribuerend
Allebei onder de meerwaardebelasting, bij verkoop.
Uitkeringen
Dividend, belast als roerend inkomen aan 30%. Geen meerwaarde.
Koers op 31-12-2025
De laatste slotkoers van 2025 op de beurs.
Fonds met obligaties
Valt het onder de Reynderstaks, dan gaat dat deel eerst van de meerwaarde af.

Accumulerend of distribuerend: allebei belast bij verkoop

ETF's en ETN's vallen onder de meerwaardebelasting, accumulerend én distribuerend (circulaire 2026/C/74, nrs. 62-65). Verkoop je stukken, dan betaal je 10% op de meerwaarde, na je vrijstelling.

Het verschil zit in de uitkeringen. Een distribuerende ETF keert dividend uit. Dat is roerend inkomen aan 30%, geen meerwaarde, en het verandert je aankoopwaarde niet (Kamerverslag DOC 56 1244/007, p. 9; memorie van toelichting, p. 39). Een accumulerende ETF keert niets uit en herbelegt. Voor een crypto-ETF geldt hetzelfde: uitkeringen aan 30%, en bij een kapitaliserend fonds alleen de meerwaardebelasting bij verkoop (DOC 56 1244/007, p. 9).

Welke koers geldt op 31 december 2025?

Voor een ETF die je vóór 2026 al had, is de waarde op 31 december 2025 je aankoopwaarde. Voor een ETF op de beurs is dat de laatste slotkoers van 2025 (art. 102 §4 WIB 92; circulaire 2026/C/74, nr. 158). Noteert je ETF op meerdere beurzen, dan mag je de slotkoers uit je bankapp of uit de documenten van je broker nemen (Kamerverslag DOC 56 1244/007, p. 14). Voor een fonds dat niet op een beurs noteert, telt de laatst bekende netto-inventariswaarde van 2025 (memorie van toelichting, p. 51). Meer bij het fotomoment.

Maandelijks inleggen: elke aankoop is een lot

Spaar je maandelijks in een ETF, dan is elke aankoop een apart lot. Bij een verkoop gaan per rekening eerst je stukken van vóór 2026, daarna je aankopen van 2026 in volgorde (nrs. 144 en 176).

Een voorbeeld. Je had 40 stuks van vóór 2026, met een slotkoers van €118 op 31 december 2025. In 2026 kocht je elke maand 5 stuks: in januari aan €120, in februari aan €116 en in maart aan €122. In oktober verkoop je 50 stuks aan €131.

40 stuks van vóór 2026: 40 × (€131 − €118)€520
5 stuks van januari: 5 × (€131 − €120)€55
5 stuks van februari: 5 × (€131 − €116)€75
Meerwaarde van de verkoop van 50 stuks€650

De 5 stuks van maart blijven over, met hun aankoopprijs van €122. Kosten en beurstaks tellen niet mee: je rekent met aantal maal koers (nr. 130). Meer over de volgorde bij FIFO.

Obligatie-ETF's en gemengde fondsen: eerst de Reynderstaks

Een fonds met een deel obligaties of andere schuldvorderingen kan onder de Reynderstaks vallen (art. 19bis WIB 92). Bij een verkoop bepaal je dan eerst het Reynders-bedrag, dat belast wordt aan 30%. Dat bedrag trek je af van je meerwaarde. Pas op wat overblijft, geldt de meerwaardebelasting. Zo wordt hetzelfde deel niet twee keer belast (circulaire 2026/C/74, nrs. 201-203).

De Reynderstaks gaat eerst van de meerwaarde af Een fonds met 25 procent obligaties, gekocht voor 100.000 euro, waard 150.000 euro op 31 december 2025 en verkocht voor 250.000 euro. De meerwaarde sinds 31 december 2025 is 100.000 euro. Daarvan is 37.500 euro het Reynders-deel, belast aan 30 procent: 11.250 euro. Van de overige 62.500 euro is 10.000 euro vrijgesteld en 52.500 euro belast aan 10 procent: 5.250 euro. Meerwaarde sinds 31-12-2025 €250.000 − €150.000 = €100.000 €37.500 €10.000 €52.500 Reynders-deel vrijgesteld belastbaar Reynderstaks: 30% × €37.500 = €11.250 Meerwaardebelasting: 10% × €52.500 = €5.250 Samen: €16.500
Voorbeeld 2 uit circulaire 2026/C/74, nr. 204: een fonds met 25% obligaties en zonder TIS. Het Reynders-deel rekent vanaf je echte aankoop: 25% van €250.000 − €100.000.

Het Reynders-bedrag reken je dus vanaf je echte aankoop, niet vanaf 31 december 2025. Heeft je fonds een TIS (taxable income per share), dan gebruik je het verschil in TIS tussen aankoop en verkoop. In voorbeeld 1 van de circulaire is dat €10.000 voor de hele positie: €3.000 Reynderstaks, en 10% meerwaardebelasting op €100.000 − €10.000 − €10.000 vrijstelling, dus €8.000 (nr. 204).

Nog niet uitgeklaard. Is het Reynders-bedrag groter dan je meerwaarde sinds 31 december 2025, dan wordt die meerwaarde volgens de logische lezing nul, zonder verlies. Officieel is dat niet bevestigd. Of je fonds onder de Reynderstaks valt, hangt af van het aandeel schuldvorderingen erin: vraag het bij twijfel aan je bank of aan de beheerder van het fonds. In de tool vul je bij de controle per verkoop van een fonds het bedrag onder art. 19bis in; staat het op je Bolero-borderel, dan neemt de tool het zelf over. Hij trekt het af van de meerwaarde, nooit tot onder nul.

Wat de tool met je ETF's doet

Vragen over ETF's

Moet ik mijn ETF's bij een buitenlandse broker zelf aangeven?

Ja. Een broker zonder vestiging in België houdt niets in. Je geeft al je meer- en minderwaarden aan, ook onder de vrijstelling. Zie meerwaardebelasting met een buitenlandse broker.

Wat verandert de meerwaardebelasting voor een accumulerende ETF?

Bij verkoop betaal je 10% op de meerwaarde sinds 31 december 2025, na je vrijstelling, zoals bij elke ETF. Onderweg keert een accumulerende ETF geen dividend uit. Zit er een deel obligaties in, dan kan bij verkoop ook de Reynderstaks spelen.

Mijn ETF noteert op twee beurzen. Welke slotkoers neem ik?

De koers uit je bankapp of uit de documenten van je broker. De minister liet dat uitdrukkelijk toe (Kamerverslag DOC 56 1244/007, p. 14).

Telt de beurstaks op mijn ETF's mee?

Nee. Beurstaks en makelaarsloon zijn kosten en tellen niet mee voor de meerwaarde (circulaire 2026/C/74, nr. 130).

Ook voor maandelijkse inleg. De tool rekent elke ETF-aankoop als lot, per rekening, met de koers van 31 december 2025.

Bestanden kiezen

Verder lezen

Bronnen

  • Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (BS 21 april 2026): art. 19bis en 102 §1 en §4 WIB 92.
  • Circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026, nrs. 62-65, 130, 144, 158, 176 en 201-204.
  • Kamerverslag tweede lezing, DOC 56 1244/007, p. 9 en 14.
  • Memorie van toelichting, DOC 56 1244/001, p. 39 en 51.

Stand van de regels: 5 november 2026.

Bijgewerkt op 6 november 2026